Actief streeft naar een rechtvaardige maatschappij

… waarin duurzaamheid in alle betekenissen van het woord voorop staat

… waarin halen, hebben en houden altijd secundair zijn

… waarin respect tussen jong en oud de sleutel voor de toekomst is

1. De ouderen in de stad

Onze keuze voor ouderen betekent niet dat we andere leeftijdsgroepen negeren. Onze ouderen hebben zelf ook weer ouders. Ze hebben kinderen en kleinkinderen waar ze bezorgd om zijn; ze hebben vrienden, buren, collega’s. Aandacht voor de ander, dus ook voor andere generaties, is voor deze generatie vanzelfsprekend.

Het maatschappelijk evenwicht tussen jong en oud dreigt verstoord te raken, omdat het ophitsen van tegenstellingen tussen generaties voor sommigen kennelijk aantrekkelijker is dan het benadrukken van hun gezamenlijke belangen; de soms vunzige discussie over de verhoging van de pensioenleeftijd was daar een voorbeeld van.

Als politici zeggen dat ze prioriteit geven aan een bepaalde generatie stelt dat in de praktijk niet zo veel voor. Met de mond belijden de gevestigde partijen bijvoorbeeld allerlei goeds voor jongeren, maar daar komt weinig van terecht; in Amersfoort is onder meer ernstig gebrek aan jongerenhuisvesting en starterswoningen, terwijl er bovendien al jaren te weinig voorzieningen voor jongeren zijn.

Voor wat betreft ouderen beperken die partijen zich tot mooie volzinnen over eenzaamheid en intensieve zorg: ouderen tellen kennelijk alleen maar mee als ze zorg nodig hebben, en verder niet. Of is het misschien anders: iedereen die zorg nodig heeft kunnen we over één kam scheren, want dat zijn toch alleen maar ouderen? Op die manier worden noch ouderen, noch mensen die zorg nodig hebben serieus genomen, al lijkt dat misschien van wel.

En terwijl er zo over oudere mensen gesproken wordt groeit het aantal ouderen dat in armoede leeft, is er een ernstig gebrek aan leeftijdsbestendige woningen, tellen ouderen op de arbeidsmarkt niet mee en is in de zorg hun zeggenschap minimaal.

Actief wil een samenleving waarin generaties met respect met elkaar om gaan en samenwerken, zodat zij ieder hun volwaardige plaats kunnen innemen. Waarin generaties zich niet in laag-bij-de-grondse spelletjes tegen elkaar uit laten spelen. Waarin ouderen welkom zijn als mede-werker, mede-bestuurder, mede-machthebber. Met hun ervaring, hun wijsheid en met de achtergrond waartegen ze zijn opgegroeid kunnen ouderen een niet te versmaden bijdrage leveren. En daarvoor is alleen maar nodig dat ze serieus genomen worden. Actief doet dat en zal zonodig andere partijen dwingen het ook te doen.

2. De economie en de stad

Amersfoort heeft een eenzijdige economie, gebaseerd op zakelijke dienstverlening. Dat is een groot succes geweest in tijden van voorspoed, maar is in crisistijd kwetsbaar. De creatieve en toeristische sector zijn vrij klein en de detailhandel niet sterk, al is de recreatieve sector wel groot. Van het hoger onderwijs -niet erg groot- profiteert de economie in de stad nauwelijks: er zijn weinig hieraan gerelateerde innovatieve bedrijfjes.

De historisch zo belangrijke maakindustrie is bijna helemaal verdwenen uit Amersfoort. Het leger, historisch ook een belangrijke werkgever, is ook vrijwel verdwenen.

Ouderen bestaan nauwelijks op de Amersfoortse arbeidsmarkt. Er is een hardnekkige, structurele werkeloosheid die voor een groot deel uit ouderen bestaat. Die structurele kern is een beetje uit het zicht geraakt omdat er door de crisis zo veel conjuncturele werkeloosheid bij is gekomen. Maar die kern is er nog steeds en hij zal er blijven als de economie weer aantrekt, zo lang die economie zo eenzijdig blijft. Voor een belangrijk deel gaat het daarbij om mensen (autochtoon en allochtoon) die een vaste plek hadden in de productiesector, maar waarvoor nu geen plaats meer is.

Bovenop dit structurele werkeloosheidsprobleem, zowel als bovenop de conjuncturele werkeloosheid door de crisis, komt nu nog een derde veel te grote groep. Het rijksbeleid stoot in deze jaren grote aantallen mensen uit regelingen als bijvoorbeeld de Wajong en de WSW; zij moeten zich maar op de gewone arbeidsmarkt zien te reden, omdat op die markt (als gevolg van de vergrijzing) grote tekorten zouden dreigen.

Onderzoek toont aan dat die tekorten er helemaal niet zijn: op zijn vroegst is daar over 10-20 jaar iets van te merken. Die ex-deelnemers aan sociale regelingen zijn, mede daardoor, merendeels kansloos op de arbeidsmarkt. En ze krijgen daar dan ook nog eens concurrentie van Bijstand-gebruikers die “verplicht vrijwillig” werk moeten gaan doen in ruil voor hun uitkering. De zogeheten “verdringing” van regulier betaald werk door deze zogenaamde vrijwilligers is bijna niet te voorkomen. Het is geen wonder dat veel Amersfoortse ouderen vandaag de dag erg ongerust zijn over de toekomst; is het niet over hun eigen baan of bedrijf, dan allicht over hun kinderen.

Het economische beleid van Amersfoort is passief en zonder richting. De gemeente gaat niet verder dan afwachten tot zich nieuwe vestigingen melden en die dan in beperkte mate faciliteren. Actief is voorstander van een veel actievere opstelling van de gemeente. De aansturing van een actief werkgelegenheidsprogramma kan nooit een zaak van de gemeente alleen zijn: het zijn ondernemers die werk maken en die aansturing moet je dus samen doen.

Wij willen dat de gemeente onder andere het volgende doet:

een gerichte strategie voeren om vooral productiebedrijven en maakindustrie binnen te halen, in samenwerking met het bedrijfsleven en zo mogelijk in samenwerking met Eemland- en Valleigemeenten
stimuleren dat de creatieve sector in Amersfoort zich verbreedt: van alleen ontwerpen naar ook maken
het ontstaan stimuleren van innovatieve bedrijfjes die inspelen op de aanwezigheid van studenten in Amersfoort; bedrijfjes die door die studenten zelf worden opgericht zoals dat in andere steden met hoger onderwijs gebeurt
actief inspelen op de kansen die onze geografische positie met zich mee brengt, bijvoorbeeld in Railinfra en techniek
zich op de regio richten wanneer de gemeente als klant optreedt. De gemeente moet ook stimuleren dat bedrijven zich zo opstellen; een bloeiende regionale economie is in ieders belang
de regels voor opdrachten, aankopen en aanbestedingen integraal kritisch doorlichten. Te weinig hiervan is werkelijk (in plaats van formeel) bereikbaar voor ZZP’ers en kleine bedrijfje. Die kleine bedrijfjes zijn de banen- en innovatiemotor
actief startersbedrijven ondersteunen op terreinen als huisvesting, vindbaarheid, het ontwikkelen van de lokale markt en het faciliteren van financiering
een “kansenzone” inrichten met lage vestigingslasten, minimale regulering en de mogelijkheid van advies en hulp
de inzet van ouderen stimuleren bij het begeleiden en bijscholen van jongeren. Daardoor hoeven ouderen niet werkeloos te worden en verbeteren jongeren hun geschiktheid voor de arbeidsmarkt
het opbouwen van een arbeidspool stimuleren, samen met ondernemers. Werkelozen kunnen kansen aangeboden krijgen als stages en als betaalde jobs, zonder al te grote risico’s voor de werkgevers die die kansen wil bieden
zich zo sterk mogelijk verzetten tegen de “Wet Tegenprestatie”
Actief verzet zich in elk geval tegen:

leeftijdsdiscriminatie en elke andere vorm van discriminatie, ook op de arbeidsmarkt
de verdringing van normaal betaald werk door zogenaamd vrijwilligerswerk (van bijvoorbeeld bijstandtrekkers) of schijnstages
de verdringing van werk onder normale CAO-voorwaarden door schijnconstructies met autochtone of allochtone (westers en niet-westers) werkenden

3. De gemeenschap in de stad

De verzorgingsstaat wordt ter discussie gesteld. Op sommige punten is dat terecht, want er is wildgroei van verkokerde professionele instellingen. Sommige van die instellingen zijn bovendien betuttelend naar cliënten en maken ze ondergeschikt aan bureaucraten en hun regels. Werkenden in de eerste lijn zijn vaak net zo zeer het slachtoffer. Deze manier van werken is ook nog eens erg duur en slaat de plank gemakkelijk mis.

Op een ander vlak wordt de verzorgingsstaat aangevallen omdat de kosten sterk gestegen zijn. Er lijkt een politieke meerderheid te zijn die er voor kiest om de rekening door de schuiven naar de zorgvrager.

Tegen deze achtergrond krijgt de gemeente hele grote nieuwe taken: in de jeugdzorg, het (passend) onderwijs, de thuiszorg, de arbeidsvoorziening voor het onderste deel van de arbeidsmarkt. De oorspronkelijke gedachte daarbij -die Actief uitstekend vindt!- was dat directe bemoeienis van de gemeenschap met mensen, tot en met het speciaal onderwijs en de kinderopvang, zo dicht mogelijk bij die mensen in de buurt georganiseerd, geregisseerd en gefinancierd zou moeten worden – dus bij de gemeenten. Alleen zijn het in de praktijk de bezuinigingen die voorop staan. Broodnodige hervormingen worden bij voorbaat gefrustreerd omdat het allemaal in de eerste plaats geld moet opleveren.

De toverwoorden van de nieuwe situatie zouden moeten zijn “vrijwilligersinzet”, “eigen verantwoordelijkheid” en “zorg voor elkaar”. Deze begrippen zijn uitstekend tegengif tegen betutteling. Maar in de praktijk worden ze te gemakkelijk misbruikt als smoezen om bezuinigingen te rechtvaardigen.

Actief is tegen die bezuinigingen, maar zolang ze ons boven het hoofd hangen is het zaak de juiste keuzes te maken. Ouderen hoef je niets te leren over “eigen verantwoordelijkheid” en “zorg voor elkaar”; de mantelzorg en het meeste andere vrijwilligerswerk in de maatschappij draaien praktisch helemaal op 40-plussers. Actief is daar dus uiteraard niet tegen, maar wij vinden wel dat zo’n groot beroep op mensen een rechtvaardiging nodig heeft. Dat wil zeggen: vrijwilligerswerk, mantelzorg en dergelijke kunnen niet buiten zwaar wegende zeggenschap van degenen voor wie het werk gedaan wordt en zij kunnen niet zonder ondersteuning. Zonder die twee is het niet te rechtvaardigen dat altijd en overal zo’n groot beroep op vrijwillige inzet wordt gedaan.

Ook de samenwerking tussen -de tot nu toe zo verkokerde- instellingen op wijkniveau is een absolute noodzaak in de nieuwe situatie; “sociale wijkteams” zijn dan ook alles wat de klok slaat. Maar zo’n samenwerking kan gemakkelijk de betutteling nog heel wat erger maken – een sociaal wijkteam als de ultieme machthebber over de situatie van mensen! En hij hoeft ook helemaal niet goedkoper te zijn. Actief vindt dat niet alleen de werkwijze van instellingen ter discussie moet worden gesteld in dergelijke samenwerkingsverbanden, maar ook de noodzaak van de onverkorte instandhouding van al die (ooit goedbedoelde) instellingen. Samenwerken moet van “au” kunnen gaan, ook voor instellingen in zorg en welzijn.

Actief wil:

horizontale samenwerking in wijkteams, waarbij niet alleen de manier van werken van een instelling, maar ook die instellingen zelf ter discussie kunnen worden gesteld
regie-organen boven de wijkteams en boven de rest van de zorg, in vormen die in nauw overleg met belanghebbende bewoners en cliënten worden gevormd. Via dergelijke organen kunnen de direct belanghebbenden hun macht doen gelden
inzet van vrijwilligers als manier om het werk te verbeteren en de brug naar gewone mensen te slaan; de besparingen die dat oplevert zijn een graag gezien effect, maar nooit een doel op zichzelf
blijvende en actieve ondersteuning van mantelzorgers en vrijwilligers, welke ondersteuning door de vrijwilligers zelf, en vanuit hun perspectief, wordt aangestuurd
de zeggenschap over de zorg voor ouderen hoort, binnen objectieve grenzen van de overheid, in de eerste en de laatste plaats thuis bij de ouderen zelf
zoals in het vorige punt moet ook in de jeugdzorg en elders de zeggenschap van cliënten, c.q. de familie daarvan, structureel en zwaar verankerd zijn
bezuinigingen op overhead en back-office, niet op de eerste lijn en de werkvloer
In Amersfoort komt het voor zoals in het hele land: stijging van het aantal miljonairs en tegelijkertijd stijging van het aantal mensen, waaronder kinderen, dat onder de armoedegrens leeft. Een schandalige situatie, waar gemeenten echter weinig aan kunnen doen. Dat weinige moet wel gebeuren, vindt Actief. Wij zien hiertoe mogelijkheden door bijv.:

gemeentelijke heffingen waar mogelijk inkomensafhankelijk te maken zonder te grote angst voor een “armoedeval”; vrijstelling van heffingen voor de armsten
instandhouding van de Voedselbank, Kledingbank, Speelgoedbank, zonodig met subsidie
steun voor het nieuw gestarte armoedefonds en schuldsanering
onderzoek naar geïntegreerde kortingssystemen in samenwerking met het bedrijfsleven
monitoring van armoede en dreigende armoede en zo nodig pro-actief optreden er tegen
bijzondere aandacht voor de stille armoede die je ziet in bijvoorbeeld gezinnen waarin er weliswaar twee of drie banen zijn, maar er toch onvoldoende verdiend wordt voor een aanvaardbaar niveau van leven

4. Het leven in de stad

Amersfoort is een gevarieerde gemeente met een stad, dorpen, zeer verschillende wijken, een fraaie groene omgeving. Er is een bescheiden, maar aantrekkelijk aanbod op cultuur-, sport- en recreatiegebied. Daar zitten ook uitschieters tussen, die uitstralen (ver) voorbij de stadsgrenzen, zoals de middeleeuwse binnenstad met Koppelpoort en Muurhuizen, de dierentuin, het Nationaal Landschap Arkemheen.

In de meeste stadsdelen is de bevolking van Amersfoort behoorlijk tevreden, en dat is terecht. Het is wel zaak dat zo te houden. Een van de vorige Colleges is wild gaan hakken in de verzorgingsstructuur voor welzijn in Amersfoort door o.m. alle wijkcentra ineens te sluiten en de bibliotheek heel streng af te slanken. Die grove bezuinigingen, zonder behoorlijke rechtvaardiging en met nog minder open communicatie hebben veel schade aangericht en veel kwaad bloed gezet, bijna net zo erg door de manier waarop als door het snijden zelf. De werkwijze was arrogant, anti-communicatie, anti-samenwerking en bijna autistisch te noemen.

De financiële problemen van de gemeente zijn een realiteit en van elk beleidsterrein, ook dat van welzijn, moeten periodiek de kussens worden opgeschud; tot zo ver is bezuinigen verdedigbaar. Maar deze bezuinigingen hebben lang niet opgeleverd wat was gedacht, onder meer omdat de gebouwen onverkoopbaar blijken te zijn. Van de betaalde staven is alleen in de eerste lijn, zoals opbouwwerkers en beheerders, gesneden.

Bewoners van de stad, voornamelijk ouderen, hebben hun verantwoordelijkheid genomen en daardoor lijken nu, begin 2014, met veel moeite drie centra min of meer gered te zijn of geschikt voor (her)opening: het Klokhuis, de Neng en het Middelpunt. Node wordt nog steeds zoiets als bijvoorbeeld het vroegere centrum voor ouderen op het Neptunusplein gemist en er is nog geen volwaardige toekomst voor centra in moeilijke wijken als Liendert.

Het beleid van het huidige College draagt alle kenmerken van haastwerk; er zijn snel enkele z.g. “STIP”s opgericht die hun waarde nog maar moeten bewijzen. Links en rechts is geprobeerd om, vooral voor het oog, de schade van het vorige College te herstellen. Hoezeer deze reparaties blijvend zijn is de vraag voor velen in Amersfoort. Het beleid van beide Colleges heeft immers heel veel schade, en nodeloos leed, aangericht.

Actief vindt dat onder de nieuwe raad en het nieuwe College een echt nieuwe start moet worden gemaakt met het welzijnsbeleid, met onder meer de volgende kenmerken:

de gemeente neemt zijn verlies op het onverkoopbaar gebleken maatschappelijk onroerend goed, zodat er met een schone lei aan nieuwe bestemmingen kan worden gewerkt, afhankelijk van de plaats en van de wensen van de wijk
waar er levensvatbare bewonersinitiatieven of wijkondernemingen zijn om de functie van bijvoorbeeld de wijkcentra over te nemen gaat de gemeente daar positief op inspelen
waar er waarneembaar een gat is gevallen door het gesloten zijn van wijkcentra gaat de gemeente actief op zoek naar alternatieven onder de bevolking en steunt die vervolgens ook; in de voormalige “Aandachtswijken” vooral
de van buiten bedachte en van bovenaf opgelegde alternatieven “STIP” en “ontmoetingscentrum” worden kritisch bekeken samen met de bevolking; hun mening is doorslaggevend en niet een op het stadhuis bedacht standaardmodel
opdat burgerinitiatieven niet telkens het wiel hoeven uit te vinden komt er een, samen met bewoners te ontwikkelen en door hen bestuurde, “ondersteuningsstructuur” voor burgerinitiatieven
Kunst en cultuur zijn onmisbare elementen in het menselijk bestaan, willen wij ons tenminste blijven onderscheiden van lagere diersoorten. Kunst en cultuur ondersteunen onze geestelijke gezondheid, ons identiteitsbesef en ons maatschappelijk evenwicht.

Kunst en cultuur bedruipen hoofdzakelijk zichzelf, ook al probeerde voormalig staatssecretaris Halbe Zijlstra uit het PVV-VVD-CDA-kabinet graag de indruk te wekken dat ze helemaal aan het infuus van de belastingbetaler liggen. Gemeenschapssteun aan kunst en cultuur draait vooral om die onderdelen die zo kwetsbaar zijn dat ze het anders niet zouden overleven en om datgene dat zonder collectieve steun te duur zou worden voor de gemiddelde medemens; daarnaast is de overheid nodig voor het bewaren en behouden van wat historisch gezien van waarde is, zoals monumenten, de collecties van musea en de verzamelingen van archieven en bibliotheken. De overheid levert er verder een bescheiden bijdrage aan dat het kunstenaarschap een enigszins leefbaar leven blijft.

Het is in Nederland historisch zo gegroeid dat kunst en cultuur steun krijgen van de grotere gemeenten, zoals Amersfoort. Het Rijk heeft veel van die budgetten gecentraliseerd en er vervolgens zwaar op bezuinigd; gemeenten, ook Amersfoort, hebben stevig bezuinigd op wat bij de steden overbleef.

Amersfoort heeft die verantwoordelijkheid altijd maar beperkt genomen: gerekend per hoofd van de bevolking geeft Amersfoort het minste uit aan cultuur van alle Nederlandse steden op Den Bosch na. Het geld dat er is gaat voor een groot gedeelte naar de monumentenzorg in onze middeleeuwse binnenstad.

Met het (soms heel zwaar) snijden in bestaande budgetten van Scholen in de Kunst, de bibliotheek, De Lieve Vrouw en de Flint, zowel als het helemaal sluiten van een museum (Armando) is volgens Actief de grens van bezuinigen op cultuur in onze stad bereikt; zodra de begroting van de gemeente het toe laat moet de begroting weer verhoogd worden. Wij willen dat in Amersfoort sprake blijft van een redelijk cultureel klimaat en vinden dat de gemeente daarbij moet letten op:

altijd primair samen met, en nooit boven, de lokale kunstwereld ontwikkelen van beleid
behoud van betaalbare woon- en werkruimte voor kunstenaars en hulp bij het in stand houden van de niet overdreven grote artistieke markt in Amersfoort
voldoende toegankelijkheid (in financieel opzicht) van culturele voorzieningen zoals theater- en filmvoorstellingen, alsmede cursussen bij Scholen in de Kunst
het in nauw overleg en samenwerking met de lokale kunstwereld ontwikkelen van een beperkt aantal aansprekende artistieke activiteiten die als speerpunten van Amersfoort kunnen dienen. Te denken valt bijvoorbeeld aan een of meer van de bestaande festivals of aan een herleving van het Beeldhouwerssymposium
op termijn kritisch herbezien van het bestand aan kleine musea dat Amersfoort heeft, die allen te groot zijn voor tafellaken en te klein voor servet, ook financieel
Sport is niet alleen leuk en ontspannend, het is ook en vooral gezond voor jong en oud. Obesitas en en diabetes 2 zijn, naast andere kwalen, terug te voeren op gebrek aan beweging. Er is een cruciaal belang verbonden aan het stimuleren van voldoende beweging en sport onder de bevolking als geheel, zowel ouderen als hun kinderen en kleinkinderen.

Voordat de crisis uitbrak waren er grootse plannen uit verschillende bron voor grote sportaccommodaties, terwijl van tijd tot tijd de gedachte herleeft dat Amersfoort toch eigenlijk op een of ander punt echte topsport in huis zou moeten hebben.

Actief begrijpt dat soort mooie dromen, maar wij vinden dat het nu eerst tijd is voor nuchtere soberheid. Sommige van die plannen namen megalomane vormen aan en het is maar goed dat velen er van zijn geschrapt of voor lange tijd in de ijskast gezet. De allerhoogste prioriteit op sportgebied is behoud van de breedtesport in de stad en het toegankelijk houden daarvan voor alle Amersfoorters, ook zij die nu nog weinig of niets aan beweging doen. Mocht een Amersfoortse sportvereniging in zijn tak van sport (weer) bij de top gaan horen wordt dat door Actief toegejuicht, maar het is voor ons geen doel van gemeentebeleid – mooi dromen doen we wel weer als de crisis echt voorbij is.

5. De ruimte in de stad

Amersfoort is niet alleen maar aantrekkelijk als woonstad omdat het zo centraal in het land ligt: er is veel ruimt, veel groen buiten de wijken en dorpen, merendeels goede verbindingen, natuurlijk de middeleeuwse binnenstad en een woningaanbod dat redelijk gevarieerd is. Al dat moois zou kunnen maskeren dat de gemeente Amersfoort nog wel degelijk imposante opgaven voor zich heeft.

Vooral na de oorlog zijn overal in Nederland wijken aangelegd met een erg eenzijdig woningaanbod; van die woningen zijn er bovendien tegenwoordig steeds meer aan het einde van hun levensduur. In veel naoorlogse wijken -ook in Amersfoort- stapelen problemen van allerlei verschillende aard zich op, totdat er een verontrustend geheel is ontstaan.

Korte tijd had de Rijksoverheid extra aandacht voor dergelijke wijken, in navolging van Amersfoort en andere gemeenten zelf. Nu is dat weer voorbij, maar in de tussentijd zijn veel van de problemen nog niet verdwenen; Aandachtswijken vragen nog steeds aandacht!

In Amersfoort als geheel is er gebrek aan betaalbare woonruimte voor jongeren, starters en ouderen, zowel huur als koop. Jarenlang is alle ruimte gegeven aan marktpartijen om in feite te bepalen hoe het woningbouwbeleid was. En na al die tijd zijn op deze terreinen oplossingen nog steeds niet in zicht. Actief wil dat de gemeente weer zelf een actievere rol gaat spelen, gericht op meer starterswoningen, jongeren- en studentenhuisvesting en vooral levensloopbestendige woningen. Actief wil dat alle wijken en dorpen in de gemeente geleidelijk een gevarieerde woningvoorraad krijgen, zodat mensen -als ze dat zelf willen- er hun leven lang kunnen blijven wonen of er terug kunnen keren.

Wonen is bij uitstek een terrein waar bewonersinitiatieven een kans zouden moeten krijgen, in plaats van alleen maar de grote corporaties en de bekende projectontwikkelaars. Samenwerkende burgers zouden op menselijke schaal moeten kunnen gaan (ver)bouwen, gericht op geschikte woonruimte voor allerlei leeftijdsklassen en leefstijlen. Ze zouden zelf collectief particulier opdrachtgeverschap moeten kunnen toepassen en zo veel mogelijk architecten en aannemers in de regio kunnen inschakelen. De gemeente kan dat stimuleren, zoals ooit in bijvoorbeeld Kattenbroek en Zielhorst Park de architectuur gestimuleerd is; bij de provincie is daar zelfs subsidie voor te krijgen.

Verder wil Actief:

· hernieuwde aandacht voor betaalbare huurwoningen, ook in Vathorst

· startersleningen een structureel instrument maken

· op gevarieerde plaatsen in de stad en op gevarieerde manieren jongeren- en studentenhuisvesting en leeftijdbestendig bouwen

· een minder streng regime voor het werken in woonwijken; Amersfoort moet geen slaapwijken willen en heel veel economische activiteit is helemaal niet hinderlijk of gevaarlijk, terwijl hij wel aan leefbaarheid bijdraagt

· gespreid over de stad woonmogelijkheden voor mensen met verschillende soorten beperkingen

Verdere aantasting van het recreatieve, het agrarische en het natuurgroen rond Amersfoort of de dorpen moet worden tegengegaan. De te verwachten verdere groei van de bevolking kan worden opgevangen binnen de bestaande en al geplande lokaties. Wel wil Actief een open blik op het vele versnipperde groen in de stad; waar het mogelijk is om die door omwonenenden te laten beheren in ieders belang moeten we daar aan meewerken. Maar niet alle open ruimte hoeft altijd open te blijven; verstedelijking van de stad is de prijs die we betalen voor het openhouden van het grote groen in en buiten de stad en de dorpen.

Op verkeersgebied is Actief er voorstander van dat de discussie zakelijk wordt gevoerd in plaats van overspannen ideologisch: een tunnel of een brug is nodig of niet, hij is niet links, rechts, progressief of conservatief. De spoorwegonderdoorgang in de Westtangent is een voorbeeld van een noodzakelijk kwaad: een dure uitgave die gewoon nodig is. De verlengde Kersenbaan is een voorbeeld van geldverspilling in een tijd van bezuinigingen; een flinke rotonde bij de “Roethof”-overgang zou genoeg zijn geweest. Maar tegen hoge kosten de Kersenbaan nu nog stopzetten is een voorbeeld van ideologisch ingegeven overdrijving.

Veel Amersfoorters kunnen zich een auto veroorloven en er zijn in de stad nu al vrij veel veilige fietsroutes, al moeten de investeringen daarin wel doorgaan. Het openbaar vervoer in Amersfoort blijft slechts met veel moeite en tegen hoge kosten overeind, en dan nog met een beperkt routenet. Ook hier ligt potentieel een terrein voor burgerbedrijven: Actief wil streven naar een experiment van op semi-vrijwillige basis gerund aanvullend openbaar vervoer dat op termijn de plaats van de gesubsidieerde grootschalige busbedrijven kan overnemen, en dan met een fijnmaziger net en beter inspelend op de vraag.

6. Besturen van de stad

De rode draad in het verkiezingsprogramma van Actief is: de macht naar omlaag, naar de basis, naar dicht bij Amersfoorters. Zoiets is makkelijker gezegd dan gedaan op steeds meer terreinen; gemeenten hebben namelijk, hoe paradoxaal dat ook klinkt, nauwelijks nog enige macht op veel terreinen waarop ze intussen wel heel actief zijn. Sinds het Koninkrijk der Nederlanden tot stand kwam, nu tweehonderd jaar geleden, is stapje voor stapje de macht van gemeenten kleiner gemaakt ten gunste van die van het Rijk. Vaak is de gemeente tegenwoordig niet meer dan een bijkantoor van het Rijk – en macht die je niet hebt kun je niet decentraliseren. Het is in al die gevallen echter wel de vraag, in hoeverre gemeentelijke politici de wil hebben, de grenzen van hun macht op te zoeken.

Die nationale tendens tot verregaande centralisatie heeft zijn bescheiden spiegelbeeld gehad in het gemeentelijk apparaat: ook daar verregaande centralisatie, waarbij het komen tot integraal beleid iets is dat zich afspeelt binnen de “sectoren” waar het ambtelijk apparaat in verdeeld is; van interactie met de bevolking, de politiek of zelfs andere ambtelijke sectoren is veruit onvoldoende sprake.

Een reeks incidenten in de laatste jaren -en een reeks onderzoeken daar naar- hebben laten zien dat de onderlinge verhoudingen tussen Raad, College en ambtenarenapparaat verre van goed zijn. Daar komt bij de algemene tendens (overal in de westerse cultuur) dat burgers hun overheden minder vertrouwen en/of automatisch en volgzaam doen wat die overheden zeggen.

Het gevolg van dit alles is o.m. een ambtenarenapparaat dat in zichzelf gekeerd is, waarbij het vermijden van risico’s en het verkrijgen van hiërarchische ambtelijke dekking (voor alles dat men doet) belangrijker zijn dan mede-sturing door de bevolking of democratische goedkeuring. Een zo werkend ambtenarenapparaat is ook nog eens vrij ondoelmatig en duurder dan nodig.

Onder partijen in de Amersfoortse politiek is het al jaren mode om te pleiten voor inkrimping van het ambtenarenapparaat en snijden in de inhuur van externe krachten; geen van de partijen geeft aan welke ambtelijke functies eigenlijk weg zouden moeten of welke externen eigenlijk niet meer ingehuurd zouden mogen worden.

Actief is er voorstander van dat het ambtelijk apparaat veel “platter” wordt gemaakt, met afschaffing van het sectoren-model en vervanging daarvan door beperkt autonome vakafdelingen die in een open cultuur direct met burgers en burgerinitiatieven werken. Controle is een zaak van de betreffende vakafdelingen en bestuurlijke coördinatie een zaak van het College. De ambtelijke functies die zo worden bespaard zijn een groot aantal functies in midden- en hoger management.

Met (veel) minder ambtenaren werken op het moment dat de gemeentebegroting met zeker 50 % zal stijgen vanwege enorme nieuwe taken is weinig realistisch; het niet groeien van het apparaat zou al veel zijn. Actief wil dat Amersfoort met andere gemeenten gaat werken aan een gezamenlijke pool van experts die lang niet alle gemeenten, en lang niet dagelijks, veel nodig hebben. Met zo veel mogelijk gesloten beurs kunnen zij voor elk van de deelnemende gemeenten werken zonder dat zij de risico’s van de ZZP’er of het externe adviesbureau hoeven te hebben; hun prijs kan navenant veel lager zijn.

Bewonersinitiatieven zijn er in vele vormen en met allerlei verschillende taakopvattingen. Met name organen die in de eerste plaats iets willen doen (in plaats van iets te bepleiten, hoewel dat uiteraard legitiem is) moeten zeer serieus worden genomen; zij zouden van grote waarde zijn, ook als er geen sprake hoefde te zijn van bezuinigingen. Op verschillende plaatsen in dit programma is dat al opgenomen.

“De macht naar omlaag” moet vooral terug te zien zijn als we spreken over de medezeggenschap van burgers. Actief is voorstander van een flexibel, naar de verschillende wijken en stadsdelen aangepast systeem van georganiseerd mede-bestuur door burgers. Wijkbeheerteams, ontvangers van buurtbudgetten en andere uniforme systemen die voor de hele stad gelden hebben hun plaats, maar hun taak, vorm, samenstelling en werkwijze mogen nooit “in beton gegoten” zijn. Flexibiliteit en maatwerk zijn de sleutelwoorden. Gekozen dorpsraden zijn een mogelijkerwijs interessante optie voor de dorpen binnen de gemeente, maar geen algemeen model voor de hele stad, á la Amsterdam of Rotterdam.

Bovendien zijn wij er voorstander van dat categorale vertegenwoordigers, zoals voor bijvoorbeeld groepen zorgontvangers, volop mee mogen werken aan het nog mooier maken van deze stad. Voor huurders (van zowel corporaties als anderen) zijn wij voorstander van een zelfstandig platform, dat van onderaf opkomt en van gemeentewege de facilitering krijgt die vergelijkbaar is met die van een Ondernemingsraad; voor de gemeente is zo’n platform een even volwaardige gesprekspartner als de grote corporaties zijn en de gemeente dwingt zonodig die corporaties om ook volwaardig met dat platform te praten. Zo kunnen ook voor andere categorieën in de bevolking volwaardige representatieve organen functioneren, mits zij flexibel zijn.