Als Actief haar toekomstbeeld kan realiseren, zien we een stad voor ons waar het een genot is erin rond te lopen. Een gevarieerde stad waarin van alles te zien is. Behalve de fraaie middeleeuwse binnenstad en de landelijke groenwijken, zoals op de Berg, zijn er tientallen andere buurten. Ooit is een deel van die huizen misschien gebouwd als snelle revolutiebouw, maar in ons toekomstbeeld zijn ze nu gerenoveerd, of door nieuwbouw vervangen. Overal in de stad worden sociale huur, middeldure huur en koop in verschillende prijsklassen door elkaar gemengd. Zo energiezuinig mogelijk, al moet dat net zo min allesoverheersend worden als andere vereisten. Er is een intensief programma om het aanzien van de stad te verrijken met kunst in de openbare ruimte.

Een groene, maar vooral een compacte en intensief gebruikte stad. Aparte industrieterreinen zijn zeldzaam geworden; de moderne maakindustrie hoeft immers niet al te veel hinder meer op te leveren, dus werken en wonen, zorg en handel, inspanning en ontspanning kunnen heel goed door elkaar heen bestaan. Bestemmingen die veel ruimte vergen zijn vaak naar buiten de stadsgrenzen verplaatst – zoals een deel van de sport – en ook daar wordt er zo zuinig mogelijk met de grond omgesprongen.

Een stad voor iedereen en met iedereen. Wie rondloopt over straat ziet mensen met verschillende huidskleuren, verschillend gekleed en kennelijk deels aanhangers van verschillende godsdiensten. Dat leeft misschien allemaal niet al te intensief met elkaar, maar wel op zijn minst vreedzaam naast elkaar, zoals de Nederlandse traditie is. De leeftijden variëren sterk, al overheersen in Amersfoort wel de wat oudere generaties, zoals overal in de Westerse wereld (en niet, zoals je wel hoort beweren, de jongeren: 45+ is meer dan de helft van de bevolking).

Een stad met niet meer autoverkeer dan echt nodig is. In die stad wordt veel rondgereisd met de fiets over brede, aangename fietspaden. En met een fijnmazig openbaar vervoer, deels gerund door vrijwilligers en in relatief kleine bussen op elektriciteit of waterstof. Omdat het gebruik van auto’s afneemt, worden bouwprojecten gerealiseerd met veel lagere parkeernormen dan tegenwoordig; op veel aantrekkelijke woonplekken verwachten mensen immers ook niet meer dat ze de auto voor de deur kunnen hebben.

In die stad zijn er natuurlijk verschillen tussen rijker en armer, hoger en lager opgeleid, meer en minder aan het werk. Maar allesbepalend zijn die verschillen niet meer. En er zijn verschillen tussen mensen die – vanaf hun geboorte of door ziekte – beperkingen ondervinden en zij die dat niet ondervinden. Maar ook die verschillen zijn niet meer dominant. En tenslotte zijn er verschillen tussen degenen die besturen en zij die bestuurd worden. Maar de eersten doen hun werk zo open en integer dat de laatsten daar wel vrede mee kunnen hebben.

Sprookjessteden bestaan niet. Ook onze stad van de toekomst zal een ideaal als hier alleen benaderen, maar nooit bereiken. En toch helpt het om zo’n perspectief te schetsen, als het beeld waaraan we af kunnen meten wat we in het hier en nu bereikt hebben.