Amersfoort heeft een gevarieerde bevolking. We hebben meer jongeren dan gemiddeld in Nederland – al zijn ouderen toch ruim de helft – en we hebben herkenbare bevolkingsgroepen die oorspronkelijk afkomstig zijn uit landen rond de Middellandse Zee en andere delen van de wereld, als immigrant, gezinshereniger of vluchteling. Ons enige asielzoekerscentrum is gereserveerd voor mensen die zijn afgewezen voor een asielstatus en uit Nederland moeten vertrekken. Circa een zesde van de bevolking is gepensioneerd, circa een zesde heeft een of andere vorm van beperking; dit zijn uiteraard voor een deel dezelfde mensen.

Wonen
In een groot deel van Nederland groeit de bevolking niet meer of krimpt hij zelfs. Niet in onze regio; hier wordt – ook na 2030 – verwacht dat de bevolking zal groeien, omdat mensen van elders het aantrekkelijk vinden om te wonen op de grens van de Randstad en de Veluwe.
Binnen de Regio Amersfoort (het samenwerkingsverband van de gemeenten in de omgeving) wordt verwacht dat er na voltooiing van de huidige plannen nog zeker 12.000-15.000 woningen bij moeten komen; de Regio adviseert om die vooral in Leusden, Amersfoort, Nijkerk en Soest (de LANS) te bouwen. Op grond hiervan zouden in Amersfoort na de huidige bouwplannen nog zeker 6.000 woningen gebouwd moeten worden; over de definitieve aantallen beslissen de provincies.
Actief staat in principe niet afwijzend tegenover die taakstelling. Wij onderschrijven het verder liggende doel van de Regio: het sparen van de fraaie, kwetsbare landschappen in onze omgeving. En het kan natuurlijk niet zo zijn dat we bordjes ‘verboden toegang’ rondom de stad gaan zetten.
Wel zijn wij van mening dat het afgelopen moet zijn met het steeds maar weer grijpen naar een stuk  buitengebied zodra we ergens grond voor nodig hebben – deze ‘landhonger’ moet voorbij zijn. De logische consequentie is dat het met ons bespreekbaar is om grote en kleine stukken groen binnen de stad op te offeren, en dat wij niet terugschrikken voor hoogbouw waar dat kan. Met benaderingen als Habitat (voor het eerst in Montréal, 1967) en het verticale bos (Milaan en Utrecht) kan hoogbouw op een fascinerende manier samengaan met groen en met vernieuwende stedenbouw.
Het spreekt vanzelf dat dit elke keer zorgvuldige beslissingen moeten zijn, waarbij het antwoord op een vraag niet bij voorbaat vast staat.

Aan alle soorten woningen is gebrek, maar vooral aan sociale huurwoningen: veertig jaar na het begin van “Groeistad” is de wachttijd van circa vier jaar gestegen naar bijna tien jaar! De uitstroom van allerlei groepen uit zorginstituten waar zij woonden, alsmede de instroom van statushouders uit de asielzoekersinstroom, vergroten de druk.
Actief accepteert de plannen van het huidige college om voorrang te geven aan de bouw van sociale huurwoningen, maar we vinden die plannen te langzaam gaan. Dankzij ons is er wel een ruimtelijke koppeling tussen bouwen in de vrije sector en die voor de sociale markt: wie het eerste wil doen, is verplicht om ook het tweede te doen, in dezelfde buurt.
De aandacht voor sociale huurwoningen en starterswoningen leidt ertoe dat er een opvallende toename is van het percentage (zeer) kleine woningen dat gebouwd wordt. Hoewel die woningen, indien huur, onder de officiële sociale grens blijven, zijn ze in feite veel te duur. En de behoefte aan dergelijke zeer kleine woningen is ook niet onbeperkt; mensen blijven immers niet levenslang starters en kleine woningen zijn over het algemeen ongeschikt voor mensen op leeftijd of zij met een beperking.
Actief wil dat er gevarieerd gebouwd wordt voor de sociale vraag, met een breed scala aan woningen van verschillende oppervlakte, kwaliteit en prijs. Bovendien willen wij dat er, in zowel de koop- als de huursector, meer ‘levensloopbestendig’ wordt gebouwd: woningen die betrekkelijk eenvoudig aan te passen zijn aan de woonwensen van mensen; wensen die tijdens hun leven veranderen.
In de wijken die vanaf de jaren vijftig zijn gebouwd om snel de woningnood te overwinnen staan veel gebouwen die waardevol zijn en behouden zouden moeten blijven, maar ook veel dat beter weg kan. In een actieve grondpolitiek kunnen woningen en panden in deze wijken worden aangekocht door de gemeente, om ze vervolgens als sociale huur aan een corporatie door te geven of ze te slopen; met nieuwbouw kan dan ook de bevolkingssamenstelling van deze wijken gevarieerder worden gemaakt. Dit kost geld, maar heeft onze voorkeur boven subsidie, omdat de greep van de gemeente groter is. Hier en daar zijn er in Nederland interessante projecten geweest in ‘eigen verbouw’ van woongebouwen uit de zestiger jaren en later – hoog tijd dat we dat ook in Amersfoort gaan doen.

Het is een hardnekkig misverstand dat de woningnood wel eventjes verholpen kan worden als we de leegstaande kantoren anders gaan gebruiken. Waar dit kan, zijn wij er voorstander van, maar de mogelijkheden worden overschat:

  • de gebouwen zijn geen overheidseigendom en er is geen wettelijke basis om ze te onteigenen
  • particuliere eigenaren gokken vaak liever op het behoud van een kantoorbestemming, ook al staat hun gebouw dan lang en grotendeels leeg
  • qua indeling, maar ook qua ligging, zijn ze vaak ongeschikt voor bewoning.

Een effectieve strategie voor de herbestemming van bedrijfspanden vereist een actieve grondpolitiek van de gemeente: panden die interessant geprijsd zijn, met potentie of als interessante ruilobjecten, moeten door de gemeente aangekocht worden, ook al staat hun bestemming niet meteen vast. Actief kiest voor zo’n politiek.
Het rondkrijgen van investeringsplannen vereist soms dat er minder parkeerplaatsen worden gerealiseerd dan tegenwoordig de norm is. Actief kiest daarvoor.
Kantoorgebouwen die niet meteen of niet geheel geschikt zijn voor verbouw tot woningen zouden soms nuttig kunnen worden als een woonbestemming wordt gecombineerd met ateliers en/of ruimtes voor maatschappelijke doeleinden, waar eveneens veel gebrek aan is. Het is daarom noodzakelijk dat de verschillende ruimtebehoeftes worden gecombineerd in één vraagdefinitie waarmee de leegstaande gebouwen bekeken kunnen worden. Actief kiest daarvoor.
Om dezelfde redenen als hier genoemd zouden ook de Amersfoortse panden van Stadsherstel Midden-Nederland door de gemeente gekocht moeten worden.

Mensen met beperkingen
Jaren nadat het door ons land getekend was, heeft ons parlement het VN-verdrag over de rechten van mensen met beperkingen geratificeerd; daarmee heeft het kracht van wet in Nederland. Simpel gezegd bepaalt het verdrag dat mensen met beperkingen volwaardig mee moeten kunnen doen in de samenleving en dat overheden daar de voorwaarden voor moeten scheppen.
Beperkingen kunnen heel gevarieerd zijn. We denken automatisch aan rolstoelgebruik, maar ook bijvoorbeeld autisme, dyslexie en kleurenblindheid horen erbij. Volgens sommige schattingen heeft 1 op de 6 Nederlanders een of andere beperking; soms hebben mensen een combinatie van twee of meer beperkingen. In Amersfoort zou het dus kunnen gaan om 20.000-30.000 mensen. De afgelopen jaren heeft Actief deze groep tot een speerpunt gemaakt in haar politieke handelen. De komende jaren zal het erom gaan dat het gemeentebestuur ook echt doorpakt.
Wij ervaren als groot probleem dat te velen in Amersfoort geneigd zijn het probleem van beperkingen te zien als problemen van het zorgdomein. Dat is het absoluut niet; mensen met een beperking zijn heel vaak geen cliënten of patiënten en ze kunnen dus ook niet zo benaderd worden. Sterker nog: ook onder de werkenden in het zorgdomein zijn er veel die een of andere beperking hebben, net als onder andere beroepsgroepen.
Hun mening en expertise kunnen alleen in je beleid meewegen als je daar een specifiek orgaan voor hebt, buiten de zorg om. Voor Actief is een hoge prioriteit dat zo’n orgaan er komt. Met of zonder succes op dit specifieke punt zullen wij ons bij uitstek voor deze groep blijven inzetten.