De verzorgingsstaat is de laatste jaren ter discussie gesteld. Op sommige punten was dat terecht, want er was wildgroei van verkokerde professionele instellingen, terwijl er toch ook opmerkelijke gaten bleven zitten in het maatschappelijk vangnet.
Op een ander vlak wordt de verzorgingsstaat echter aangevallen omdat sommigen vinden dat het allemaal te duur wordt; er lijkt een politieke meerderheid te zijn die ervoor kiest om de rekening zo veel mogelijk door te schuiven naar de zorgvrager.

Tegen deze achtergrond heeft de gemeente hele grote nieuwe taken gekregen: in de zorg en ondersteuning, het (passend) onderwijs, de thuiszorg, de arbeidsvoorziening voor het onderste deel van de arbeidsmarkt. De oorspronkelijke gedachte daarbij – die Actief uitstekend vindt! – was dat directe bemoeienis van de gemeenschap met mensen zo dicht mogelijk bij die mensen in de buurt georganiseerd zou moeten worden – bij de gemeenten dus. Alleen zijn het in de praktijk de bezuinigingen die voorop staan.

Sociaal domein
De overdracht van taken van het rijk en de provincie naar de gemeenten staat bekend als de “transitie”. Die is grotendeels afgerond en het resultaat in Amersfoort keuren wij in hoofdzaak goed. Hierop moet de “transformatie” volgen, waarbij instellingen anders gaan werken: beter en, kan het zijn, goedkoper. Hier zijn wij zeer kritisch op, want het kan makkelijk misgaan.
Allereerst is daar het feit dat de Rijksoverheid meent dat het allemaal veel goedkoper kan – hetgeen maar de vraag is – en dat het Rijk zich die winst alvast toerekent; bezuinigingen dus.
Wij geloven dat veel zorg inderdaad, mits per persoon gerekend, goedkoper kan. Maar het aantal mensen in de stad dat een of andere vorm van hulp of zorg nodig heeft, stijgt door de vergrijzing, de instroom van statushouders, de steeds succesvollere medische wetenschap en de wens van de Rijksoverheid, bijna niemand meer binnen de muren van instellingen op te vangen. Per saldo is de gemeente dus duurder uit dan het Rijk ooit was.
Bovendien tracht het Rijk de financiële voordelen sneller te incasseren dan ze beschikbaar komen. Actief heeft namens acht fracties enkele jaren geleden een amendement ingediend dat nog steeds werkt, en dat heeft gezorgd voor een forse Sociale Reserve. Maar wij vrezen dat die wel eens niet groot genoeg zou kunnen zijn in de komende jaren.
Ten derde is er de soms bizarre verdeling van verantwoordelijkheden tussen enerzijds de verzekeraars, met daarachter het Rijk als regisseur, en anderzijds de gemeenten. Ook die verdeling bemoeilijkt de transformatie.

Onderdelen van het sociaal domein
Amersfoort was, voordat de “transitie” begon, een z.g. “pilotgemeente” voor de jeugdzorg. Je zou denken dat wij dus zo’n ervaringsvoorsprong hebben dat bij ons alles van een leien dakje gaat in dit deel van de portefeuille. Helaas is dat niet waar.
In het portefeuille-onderdeel “ouderen” zijn er onder meer problemen als gevolg van het te lage inkomen van velen, zelfs als er een behoorlijk vermogen is in de vorm van een (hypotheekvrij) huis; de belastingplannen van het nieuwe kabinet betekenen voor de laagste inkomens belastingverhoging in plaats van -verlaging, terwijl ook de diverse eigen bijdragen voor hulp en zorg alsmaar stijgen. Actief wil dat er bij inkomensmaatregelen wordt gekeken naar het echt besteedbare inkomen, dus na aftrek van vaste lasten en van alle eigen bijdragen.
Voor mensen die afkomstig zijn uit verschillende soorten inrichtingen waar zij voorheen verbleven, moeten we vaststellen dat de samenleving nog in teveel opzichten lang niet klaar is – of: bereid – om hen een volwaardige plaats te geven. Actief is echter tegen “aso-woningen”; wij beschouwen dat als een moderne variant van de leprozenkolonies.

Tenslotte hechten wij zeer veel belang aan de autonomie van mensen. De gemeente wil in al zijn voortvarendheid nogal eens burgers te dicht op de huid zitten; men wil beleid dat ingrijpt “achter de voordeur”, zoals dat heet. Sommige partijen steunen die gedachte, maar voor Actief staat het zelfbeschikkingsrecht van mensen voorop.

Welzijn en wijkcentra
Een bijzondere plaats neemt in wat, met een jargonterm,  de “sociale basisinfrastructuur” wordt genoemd. Eenvoudiger: het welzijnswerk inclusief de vele burgerinitiatieven, vrijwilligersactiviteiten en de grote instelling Indebuurt033; ook de schaarse wijkgebouwen horen hierbij.
De colleges die van 2010 tot 2014 de scepter zwaaiden in de stad, hebben rigoureus alle Amersfoortse wijkcentra gesloten; een oliedom besluit, zoals vandaag de dag elke partij toe zal geven. Met geweldig veel inspanning hebben bewonersgroepen er een paar weer weten te openen; met inzet, geluk en een miniem beetje steun houden zij het hoofd boven water.

Ooit zijn die centra zonder enig beleid gebouwd – gewoon omdat Amersfoort groeistad was en de toenmalige regeringen er geld voor over hadden: x-duizend woningen erbij? Dan ook weer een wijkcentrum. Zonder enig spoor van beleid zijn ze vervolgens allemaal tegelijk gesloten. En ook weer zonder beleid zijn er nu een paar weer open, voor zo lang als het duurt.
Actief wil dat nu alsnog het beleid ontwikkeld wordt dat er nooit eerder was: laat kritisch gekeken worden waar deze centra nodig zijn en laat ze daar vervolgens ook komen; als voortzetting van wat er is of als iets nieuws. Voldoende en structurele ondersteuning door de gemeente moet uiteraard in die centra regel zijn.
Voor de rest van de sociale basisinfrastructuur geldt mutatis mutandis hetzelfde: het toevallig ontstaan, maar vooral: het toevallig ontbreken van een burgerinitiatief mag nooit de norm worden waaraan ons sociale beleid wordt afgemeten. Actief heeft helpen zorgen voor een goede monitor om de ontwikkelingen te kunnen volgen. Die monitor en de algemene beleidsoverwegingen moeten leidend worden.

Armoedebeleid
In Amersfoort komt het voor zoals in de hele Westerse wereld: stijging van het aantal miljonairs en tegelijkertijd stijging van het aantal mensen, waaronder kinderen (in Amersfoort 5% van alle kinderen), dat onder de armoedegrens leeft. Een schandalige situatie, waar gemeenten echter weinig aan mogen doen. Dat weinige moet wel gebeuren, vindt Actief. Wij zien hiertoe mogelijkheden door bijvoorbeeld:

  • gemeentelijke heffingen waar mogelijk inkomensafhankelijk maken zonder te grote angst voor een “armoedeval”; vrijstelling van heffingen voor de armsten
  • instandhouding van de Voedselbank, Kledingbank, Speelgoedbank, zonodig met subsidie. Een meer centrale huisvesting is wenselijk
  • bijzondere aandacht voor de stille armoede die je ziet in bijvoorbeeld gezinnen waarin er weliswaar twee of drie banen zijn, maar er toch onvoldoende verdiend wordt voor een aanvaardbaar niveau van leven
  • invoering van een Stadspas met een behoorlijk kooptegoed. Dit is niet alleen een manier om legaal toch aan inkomensbeleid te doen, maar vooral essentieel voor het zelfrespect van onze armsten

Het lijkt weleens dat de mythe onuitroeibaar is dat werk de beste remedie is tegen armoede. Ook in Amersfoort zien we echter, langzaam maar zeker, steeds meer gezinnen waarin er drie of vier banen zijn en mensen het toch niet redden. Ook is er onder de armen in deze stad een steeds grotere groep voor wie commercieel betaald werk een illusie is: de oudsten, mensen met verschillende beperkingen, (zeer) laagopgeleiden.
Dat mensen alleen maar naar werk zouden gaan zoeken als dat “loont” is doodeenvoudig niet waar. Het haalt de autonome waarde van werk omlaag en staat buiten de maatschappelijke gedachtenvorming waarin werk andere betekenissen heeft en krijgt.

Volgens rijksregels mogen gemeenten geen eigen inkomensbeleid voeren, als daar al het geld voor zou zijn. Wij willen dat de grenzen daarvan steeds verkend worden door Amersfoort.