In onze droomstad is iedereen op zijn of haar manier druk bezig, maar of datgene dat ze doen door onze grootouders “werk” zou zijn genoemd, is maar de vraag. De samenleving is in hoog tempo aan het veranderen, en nergens zo snel als in de economie. We gaan toe naar een samenleving waarin “werk” en “betaald werk” niet altijd meer hetzelfde zijn. Het is zaak dat overheden op deze terreinen alert en pro-actief zijn, opdat het niet “betaald werk” voor een elite wordt en onbetaald gesloof voor de rest. Amersfoort, met haar liberaal-afwachtende houding op zo veel terreinen, mag wat Actief betreft ook op dit punt zich niet goedkoop van haar verantwoordelijkheid afmaken.

Economie
Amersfoort heeft een eenzijdige economie, gebaseerd op zakelijke dienstverlening. Dat is vooral in crisistijd kwetsbaar. De creatieve sector is klein, al is de recreatieve sector wel groot. Er is zo goed als geen hoger onderwijs in de stad en dus uiteraard ook niet de “spin-off” daarvan die je in andere steden wel ziet.
De ooit zo belangrijke maakindustrie is bijna helemaal verdwenen. Het leger, historisch ook een belangrijke werkgever, is er nauwelijks meer. Deze sectoren zijn vervangen door een imposante groei van de zakelijke dienstverlening, met een sterke nadruk op advies, consultancy en zakelijke coaching/training. En toch is er ook een hardnekkige, structurele werkloosheid die voor een groot deel uit ouderen en mensen met een beperking bestaat.
Die structurele kern is een beetje uit het zicht geraakt omdat er door de crisis zoveel conjuncturele werkloosheid bij kwam. Maar die kern wordt weer zichtbaar nu de conjuncturele werkloosheid verdwijnt. Zonder structuurwijzigingen in onze economie is hij niet oplosbaar.
Het rijksbeleid stoot grote aantallen mensen uit regelingen als bijvoorbeeld de oude WSW; zij moeten zich maar op de gewone arbeidsmarkt zien te redden. Dat kan best, beweerde Rutte II, omdat op die markt (als gevolg van de vergrijzing) grote numerieke tekorten zouden dreigen. Onderzoek zowel als de praktijk tonen aan dat die tekorten helemaal niet ontstaan; er zijn alleen kwalitatieve tekorten aan bijvoorbeeld bepaalde soorten technici; werkgevers zijn nauwelijks bereid concessies te doen om de beschikbare werknemers te accommoderen als zij niet perfect in het plaatje passen. De minder makkelijk bemiddelbare groepen zijn dan ook kansloos op de arbeidsmarkt. Van de afspraken om een (overigens beperkt) aantal banen voor hen te creëren bij bedrijfsleven en overheid komt weinig terecht.

De mogelijkheden van een gemeente om zijn economisch bestel te bepalen zijn beperkt, maar ze zijn niet nihil. Amersfoort zit in een regio waar zowel bewoners als bedrijven graag willen komen. De gemeente heeft dus iets te onderhandelen. Bovendien is binnen de Regio Amersfoort een regionale economische strategie afgesproken die en duidelijke richting aangeeft.
Van daaruit wil Actief dat de gemeente ook op economiegebied een actief beleid gaat voeren en daartoe het volgende doet:

  • een gerichte strategie voeren om innoverende en innovatieve productiebedrijven en maakindustrie binnen te halen, in samenwerking met het bedrijfsleven en de Regio; vestiging in de buurgemeenten is uiteraard aanvaardbaar
  • zeer actief inzetten op het binnenhalen van hoger onderwijs, zo mogelijk met inbegrip van (faculteiten van) universiteiten; daarbij bereid zijn tot investeren
  • de regels voor gemeentelijke opdrachten, aankopen en aanbestedingen integraal kritisch doorlichten. Te weinig hiervan is werkelijk (in plaats van formeel) bereikbaar voor ZZP’ers en kleine bedrijven. Die zijn overal de banen- en innovatiemotor.
  • aankopen en opdrachten richten op de bedrijven in de regio waar dat mogelijk is
  • actief startersbedrijven ondersteunen op terreinen als huisvesting, vindbaarheid, het ontwikkelen van de lokale markt en het faciliteren van financiering
  • een “kansenzone” inrichten met lage vestigingslasten, minimale regulering en de mogelijkheid van advies en hulp
  • de inzet van ouderen stimuleren bij het begeleiden en bijscholen van jongeren. Daardoor hoeven ouderen niet werkloos te worden en verbeteren jongeren hun geschiktheid voor de arbeidsmarkt

Energie en duurzaamheid
Amersfoort heeft als doel om in 2030 een CO²-neutrale stad te zijn. Ongeacht of dit doel precies dan gehaald wordt of pas later, zijn wij ervóór. Actief is er voorstander van dat de gemeente, naast zo groot mogelijke energiebesparing, maximaal inzet op de productie van energie uit hernieuwbare bronnen: wind, zon, aardwarmte. Iedereen die denkt dat we daarin wel heel kieskeurig kunnen zijn (bijvoorbeeld geen windmolens, geen zonneweides) gelooft in sprookjes.
Voor ons staat echter wel voorop dat elke maatregel op het gebied van duurzaamheid het grootst mogelijke draagvlak moet opbouwen. Uiteindelijk is het echte antwoord op de klimaatcrisis niet louter technisch: mensen zullen de nieuwe technieken moeten willen toepassen, ervoor moeten willen betalen, hun vermogen moeten willen inzetten om gasloos/nul-op-de-meter te bouwen, hun levensstijl moeten willen aanpassen. Als er echt aan die basis wordt gewerkt, wordt het ook makkelijker om vervolgens hier en daar dwang toe te passen, bijvoorbeeld door als voorwaarde bij nieuwbouw/verbouw de plaatsing van zonnepanelen te eisen.

Omgekeerd inzamelen is een fraai voorbeeld van hoe de voorstanders van een duurzame samenleving omgaan met onze burgers: mensen zijn hinderlijke bijverschijnselen, lijkt het wel. Actief kiest voor elke redelijke (of zelfs onredelijke) maatregel die de duurzaamheid van deze stad bevordert. Maar nooit zonder een maximale inspanning om voldoende draagvlak te verkrijgen. Omgekeerd inzamelen is trouwens voorlopig een mislukking in en buiten Amersfoort; wat Actief betreft wordt het experiment stopgezet.

Mobiliteit
De oude stad Amersfoort dankt volgens historici haar ontstaan – in elk geval haar naam – aan haar ligging voor het verkeer: het was de plek waar je dat lastige water over kon steken middels een voorde.
In ons land heeft de stad die cruciale ligging voor het verkeer nog steeds: kruispunt van belangrijke spoor- en wegverbindingen. Onze regionale economie profiteert van die ligging, ons milieu betaalt er de prijs voor. Ziedaar ons bestuurlijke dilemma.
Actief is er voorstander van dat we hierin een zo goed mogelijke balans zoeken. Rondom de stad betekent dit dat wij vóór snelheidsbeperkingen op de snelwegen zijn en voor de beste methoden om fijnstof en CO² op te vangen, beide voor zover dat realistisch is, zoals bijvoorbeeld met moswanden. Binnen onze bebouwde kom zijn wij voorstander van goede fietsroutes en fijnmazig openbaar vervoer.
Wij waren tegen de Kersenbaan en hebben gelijk gekregen; de weg wordt veel te weinig gebruikt om de landschappelijke aanslag achteraf te kunnen rechtvaardigen; hij lost geen verkeersproblemen op bijvoorbeeld de Leusderweg op; zelfs op dit late tijdstip zou het nog een goed idee zijn om hem om te bouwen tot een supersnelle bus- en fietsverbinding. Wij zijn en blijven tegen de westelijke ontsluiting, die veel te weinig doorstroming toevoegt om de enorme landschappelijke ingreep te rechtvaardigen. Wij zijn ook tegen een snelle autoroute langs de Eem. Wij zijn echter wel voorstander van de verruiming van de capaciteit van de snelwegen rond de stad.

Binnen de stad zal zwaar de nadruk moeten komen te liggen op fijnmazig en betaalbaar openbaar vervoer, alsmede fietsroutes. Een veel groter deel van de binnenstad moet nu eindelijk autovrij worden. Onderzocht moet worden of een transferium aan de stadsrand, waardoor minder lokaal bezorgverkeer nodig is, haalbaar is. Op Isselt of Wieken-Vinkenslag is er ruimte genoeg voor.
Bij de fietsroutes willen wij dat veel beter ingespeeld wordt op het feit dat het fietsverkeer gevarieerder is geworden dan ooit tevoren: scooters, snelfietsen, e-bikes en driewielers. Hier is maatwerk voor nodig, waarbij wel eens de rode draad zou kunnen zijn dat er meer verboden moet worden (en dan wel gehandhaafd natuurlijk), fietsersstromen gesplitst en bredere fietsroutes moeten worden aangelegd.